IJswafel-cupjes

Terug naar:   DE HOMEPAGE (beginpagina)

DE VORIGE PAGINA

RECEPT VOOR  4 stuks

INFO:  Voor deze ijswafel-cupjes worden eerst koekjes gemaakt die na het bakken in vorm gebracht worden. Omdat dat warm moet
gebeuren worden ze één voor één gebakken.

TIP: Het maken van de cupjes is een 'handigheidje'. Er zullen de eerste keer dat ze gemaakt worden waarschijnlijk wel een paar koekjes kapot scheuren. Zorg dat er wat extra ingrediënten zijn en maak zo nodig meer beslag.

De ijswafel-cupjes blijven tot circa 3 - 4 uur na het bakken krokant. Daarna worden ze langzaam zachter en taai.

Langer bewaren kan wel. Leg ze op de kop over kopjes of iets dergelijks om inzakken te voorkomen en zet ze met een doek er over in een droge omgeving. Zo worden ze na 1 tot 2 dagen weer krokant en kunnen daarna circa een week in een bewaardoos of koektrommel bewaard worden.

TIP: Voor het vullen van de ijswafelcupjes: Er is een recept voor erg lekker Advocaatijs (Klik daarvoor hier) .


BEREIDINGSTIJD: Circa 1 - 2 uur.


BEREIDEN:
Tip:
Zoek eerst alle benodigdheden en zet ze kaar.

Leg een - circa 11 centimeter groot - schoteltje (of een andere ronde vorm) op z'n kop op het midden van de velletjes bakpapier en trek er met een potlood een cirkel omheen (of maak de cirkels met een passer). (Knip de cirkels niet uit, de velletjes worden zo gebruikt als ze nu zijn).

Het beslag:
Smelt de boter in een steelpan op een matige hittebron (niet bruin laten worden).

Roer de suiker door de gesmolten boter en laat het mengsel afkoelen tot het bijna koud is ( de boter moet wel vloeibaar blijven).

Zet een zeef op de steelpan met het afgekoelde botermengsel en schud de bloem er doorheen.

Splits het ei en doe het eiwit in de steelpan (de dooier wordt niet gebruikt).

Klop de inhoud van de steelpan met een garde door elkaar tot het een egaal glad beslag geworden is.

Maak de amandelsnippers wat kleiner (knijp ze - boven de steelpan - tussen de handpalmen kapot of hak ze grof met een mes op een snijplank).

Roer de amandelstukjes door het beslag.

Bakken:
Verwarm de oven voor: Een gewone elektrische oven 200 graden Celsius, een heteluchtoven of combimagnetron op 180 graden Celsius

Leg een velletje bakpapier  (als het doorzichtig genoeg is met de potloodstreep aan de onderkant) op een bakplaat.

Schep een vierde deel (een flink volle eetlepel) van het beslag midden in de cirkel op het bakpapier en strijk het beslag glad tot de cirkel egaal gevuld is.

Bak het koekje circa 10 minuten*  in het midden van de oven.

Zet de glazen - die nodig zijn voor het vormen van de cupjes - op de kop op het werkblad.

Haal de bakplaat met het koekje uit de oven als het koekje klaar is: Het koekje moet dan nog zacht zijn, het is goed als het randje net bruin en de rest goudgeel is.

Pak het bakpapier en het koekje na het bakken meteen van de bakplaat en leg het koekje met het papier naar boven op het omgekeerde kleine glas.

Trek het papier van het koekje af en vorm het cupje door het koekje met de hand of het grote glas voorzichtig over de kleine vorm te duwen. Tip: Probeer het niet te mooi te maken; stop als het cupje een holle bodem en mooie plooien heeft. Als het koekje koud wordt of te ver aangeduwd wordt scheurt het.

 

Wacht tot de bakplaat afgekoeld is (anders loopt het beslag te veel uit en worden de koekjes te dun) en maak de andere cupjes op dezelfde manier.

BENODIGDHEDEN:

 

voor het beslag:

 

EEN GARDE
35 gram roomboter
35 gram suiker
25 gram bloem
1 groot ei (alleen het wit)
15 gram amandelschaafsel

 

voor het bakken van de koekjes:

 

4 VELLEN BAKPAPIER (15 x 15 centimeter)  
EEN SCHOTELTJE - circa 11 centimeter groot (of een andere ronde vorm of een passer)

EEN OVEN (of combimagnetron)

(liefst 2) BAKPLATEN, zie: Info

 

voor het vormen van de cupjes:

 

Een klein (dik) recht glas zonder voet (circa 5 centimeter doorsnee)  (Tip: Dit glas wordt gebuikt om de koekjes overheen te vormen. Een klein glazen potje of iets dergelijks is ook geschikt voor dit doel).
 

Een (dik) glas dat ruim over het kleine glas past (circa 7 centimeter doorsnee) (Tip: Dit glas wordt gebruikt om de koekjes aan te duwen, het kan ook met een kopje gedaan worden, degenen met hittebestendige vingers hebben geen van beide nodig, die kunnen dit werkje met de hand doen)


Info:

De koekjes worden één voor één gebakken en er is - voor elk koekje - steeds opnieuw een koude bakplaat nodig.
 

De gewone bakplaat van de oven is doorgaans erg groot en onhandig voor dit doel (omdat die steeds uit de oven gehaald en ergens geparkeerd moet worden om af te koelen)

 

Zoek iets anders dat als bakplaat kan dienen wat makkelijker uit de oven gepakt kan worden  (bijvoorbeeld een pizzaplaat, een lage bak- of ovenvorm of de bodem van een springvorm waar het bakpapier plat op of in kan liggen) en zet dat op het ovenrooster
 

Tip: Als er veel ijswafelcupjes gemaakt worden is het handig om twee 'bakplaten' te gebruiken. Er hoeft dan niet steeds gewacht te worden tot de bakplaat koud is. Tijdens het  bakken kan er al een nieuw koekje voorbereid worden dat meteen de oven in kan als er een koekje uitgehaald wordt dat klaar is.

 

TIP: Dit recept afdrukken? Gebruik de functie Bestand - Afdrukken (Engels: File - Print) van de Browser

Terug naar:   DE HOMEPAGE (beginpagina)

DE VORIGE PAGINA

Hoewel deze pagina met veel zorg is samengesteld, kunnen er fouten in staan. ' De Kooktips Homepage' aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid  voor eventuele schade, ontstaan door het gebruiken van informatie op deze pagina. Het auteursrecht (copyright, ©) en alle andere van toepassing zijnde commerciële rechten, zijn onverkort voorbehouden aan 'de Kooktips Homepage'